Het artikel dat het AD publiceerde over de sterke groei van het aantal fastfoodzaken (bron cijfers, CBS) vraagt volgens Vereniging Professionele Frituurders ProFri om meer context. In het artikel wordt de stijging van ruim 10.000 naar meer dan 19.000 vestigingen gekoppeld aan obesitas en aan de oproep om ongezond eten op een vergelijkbare manier te behandelen als roken en alcohol.
ProFri ontkent de zorgen over overgewicht en ongezonde voedingspatronen niet. De vereniging vindt het echter belangrijk dat de cijfers waarop het debat wordt gebaseerd, correct worden geïnterpreteerd.
De term ‘fastfoodrestaurants’ is een brede statistische bedrijfsindeling. Hieronder vallen niet alleen cafetaria’s, snackbars en hamburgerrestaurants, maar ook broodjeszaken, lunchrooms, ijssalons, eetkramen, pokébowlzaken, saladeconcepten en uiteenlopende afhaal- en bezorgbedrijven.
De sterke groei van deze categorie hangt bovendien samen met veranderend consumentengedrag. Consumenten vragen meer om gemak, snelheid, afhalen en bezorgen. Ook veel traditionele horecabedrijven hebben hun bedrijfsvoering en aanbod daarop aangepast. De grenzen tussen restaurants, lunchrooms, bezorgconcepten en afhaalzaken zijn daardoor minder duidelijk geworden.
Meer bedrijven is niet hetzelfde als meer consumptie
Een toename van het aantal vestigingen zegt op zichzelf niets over de hoeveelheid producten die wordt verkocht of geconsumeerd. In dezelfde periode is ook het totale aantal horecabedrijven sterk gestegen en is de markt over meer ondernemingen verdeeld.
Volgens brancheberekeningen daalde de gemiddelde omzet per horecabedrijf in deze periode van ongeveer 400.000 euro naar circa 300.000 euro. Ook de omzetgroei van de afgelopen jaren werd, afgezien van de coronaperiode, in belangrijke mate veroorzaakt door prijsstijgingen en niet door een evenredige groei van het aantal verkochte producten.
Die prijsstijgingen beginnen inmiddels tegen de horeca te werken. Consumenten bezoeken eet- en drinkgelegenheden minder vaak en zijn kritischer geworden over de verhouding tussen prijs en kwaliteit.
De groei van het aantal geregistreerde vestigingen kan daarom niet zonder meer worden gebruikt als bewijs dat Nederlanders bijna twee keer zoveel ongezond fastfood zijn gaan eten.
Statistische categorie is geen voedingskundig oordeel
Het begrip fastfood zegt binnen de bedrijfsstatistiek vooral iets over de manier waarop eten wordt aangeboden: snel, voor directe consumptie, om af te halen of te laten bezorgen. Het is geen voedingskundige beoordeling van het assortiment.
Een saladebar of pokébowlzaak kan binnen dezelfde categorie vallen als een cafetaria. In Duitsland wordt voor een deel van de gestandaardiseerde en ketenmatig georganiseerde horecaconcepten de neutralere term Systemgastronomie gebruikt. Ook dat begrip beschrijft in de eerste plaats de bedrijfsvoering en niet de gezondheidswaarde van ieder verkocht product.
Gezondheidsvraagstuk verdient zorgvuldige analyse
Obesitas is een serieus en complex maatschappelijk probleem. Voedingspatronen, portiegrootte, beweging, sociaaleconomische omstandigheden en de bredere leefomgeving spelen daarin allemaal een rol.
Ook ondernemers en producenten hebben een verantwoordelijkheid. Maar doelgericht beleid vraagt om inzicht in wat consumenten daadwerkelijk kopen en eten, hoe vaak zij dat doen en in welke hoeveelheden.
Alleen het tellen van bedrijven binnen een brede statistische categorie biedt daarvoor onvoldoende basis.
ProFri vraagt niet om het gezondheidsprobleem kleiner te maken, maar om de cijfers en de rol van de horeca in het juiste perspectief te plaatsen.